Veiligheid Tyro Social Media Google Slideshare Facebook Tyro wiki Linkedin Youtube Twitter

U bevindt zich hier: Certificaten > Veiligheid

Onderwerp

  • Veiligheid

  • Machinerichtlijn

     

  • EMC-e4

  • Unieke codes

  • De hoogste veiligheidsgraad behalen met Tyro Remotes

  • Veiligheidsnormen

  • NEN-EN 954-1

  • NEN-EN-ISO 13849-1

  • Noodstopcategorie (NEN-EN-ISO 13850)

 

 

Uitleg

  • De machinerichtlijn is het wettelijke document waarin de Europese veiligheidsnormen vermeld staan (NEN normen). Deze veiligheidsnormen geven aan waar een installatie aan voldoen moet.

    Met de radiografische besturingssystemen van Tyro Remotes zijn de volgende veiligheidscategorieën, uiteraard naar gelang de aansluiting van de installateur, te behalen. Let wel: de afstandsbediening is slechts één schakel in de gehele machine.
     

    Tyro Remotes

    Veiligheidscategorie
    NEN-EN 954-1

    Performance Level
    NEN-EN-ISO 13849-1

    Noodstopcategorie
    NEN-EN-ISO 13850

    Type ontvanger

    B,1,2,3,4

    PL: A,B,C,D,E

    0,1,2

     

    Standaard

    Optioneel

    Standaard

    Optioneel

     

    Aquarius

    2

    2*

    C

    D

    2

    Auriga

    3

    4

    D,E

    E

    2

    Pavo

    3

    4

    D,E

    E

    2

    Aquila

    3

    4

    D,E

    E

    2

    * Optioneel actieve noodstop (enkelpolig uitgevoerd)
     

  • Speciaal voor gebruik op de openbare weg verplicht de RDW al sinds 2002 het Europese EMC-e4 certificaat voor radiografische besturingen in de automobiel industrie.

    In de automobielbranche is de juiste, ongestoorde werking van elektronica letterlijk van levensbelang. Voor de automobilist en de fabrikant is het dus erg belangrijk dat apparaten elkaar niet storen en natuurlijk immuun zijn voor storing van buitenaf. U moet voldoen aan de EMC eisen van de automotive-richtlijn. De juiste werking van uw apparatuur kunt u aantonen door uw producten van het EMC-e4 merkteken te voorzien. (bron: KEMA)

    Het gehele productgamma van Tyro Remotes is EMC-e4 gecertificeerd. Helaas worden er nog steeds radiografische besturingssystemen verkocht die niet gecertificeerd zijn, terwijl het noodzakelijk is voor het creëren van een veilige situatie.

  •  

  • Bij de communicatie tussen zender en ontvanger wordt een identificatiecode meegezonden.
    Waar aanbieders met 8 dipswitches de klant een code laten instellen, werkt Tyro met een 24 of zelfs 64 bits code. Dit houdt in dat waar andere aanbieders slechts de keuze hebben uit 256 verschillende codes, Tyro de keuze heeft uit minimaal 16 miljoen codes. Daarnaast garandeert Tyro dat deze code uniek is, zodat een ontvanger niet kan worden bestuurd door een zender die niet bij deze ontvanger hoort.

  • Veiligheid en functionaliteit zijn de belangrijkste kernwaarden van het Tyro productgamma. De standaarduitvoeringen hebben daardoor een zeer hoge veiligheidsgraad. Deze hoge veiligheidsgraad is één van de redenen om voor Tyro Remotes te kiezen, zo laten vele tevreden klanten weten, ook de diverse certificeringen onderstrepen dit nog maar eens. Maar het kan nog veiliger met onderstaande opties

    Veiligheidsopties

    Veiligheidscategorie (EN-954-1)

    Dubbele relais

    3

    Terugmelding

    4

    Buitenbereikbeveiliging

    Niet mogelijk bij Aquarius

    Ondanks de hoge standaard kan het veiligheidsniveau nóg verder omhoog. Zo kan de Auriga ontvanger welke standaard voldoet aan categorie 3, optioneel voorzien worden van  buitenbereikbeveiling en terugmelding. Zo kunt u mits correct aangesloten voldoen aan veiligheidscategorie 4.

    Vooral als u gebruik maakt van de toetsvasthoudfunctie, ook wel flip/flop genoemd, adviseren wij het gebruik van de buitenbereikbeveiliging. Deze schakelt de 'actieve functie' uit indien de zender buiten het bereik van de ontvanger komt. Dit is mogelijk bij alle modellen met uitzondering van de Aquarius.

  • Vanaf eind 2009 is NEN-EN-ISO 13849-1 de enig geldende norm voor functionele veiligheid van veiligheidsgerichte besturingen. Deze norm vervangt de EN 954-1 met de welbekende veiligheidscategorieën (1 t/m 4). De ‘oude’ EN 954-1 norm werd vooral bekritiseerd op gebied van betrouwbaarheid en de uitvalwaarschijnlijkheid van onderdelen. De norm verwaarloosde dus een essentieel onderdeel van machineveiligheid, namelijk de kans op faling. In de nieuwe ISO 13849-1 norm zijn deze onderdelen wel meegenomen en spreekt men over het “Performance Level”

    Belangrijkste (praktische) veranderingen tussen de EN 954-1 & ISO 13849-1 norm:

    • De categorieën B 1 t/m 4 verdwijnen als betrouwbaarheidsniveau, maar blijven wel als systeemstructuur bestaan
    • Introductie Performance Level (PL)
    • Nieuwe risicograaf
    • Met verschillende soorten componenten kan binnen een systeemcategorie een ander performance level verkregen worden
    • Het complete veiligheidssysteem wordt beschouwd
    • Rekenwerk

    Zie ook ‘NEN-EN 954-1’ en ‘NEN-EN-ISO 13849-1’

    Van veiligheidscategorie naar performance level.
    (oude EN 954-1 norm, categorie B,1,2,3,4 naar nieuwe norm NEN-EN-ISO 13849-1, level A t/m E)
    Kleur = MTTF: (mean time to failure) tijd tussen de fouten (zwart =hoog,midden,laag)

    Mean time to dangerous failure (MTTFd) of each channel

  • ‘Safety of machinery - Safety-related parts of control systems’

    Omdat veiligheid per machine en situatie verschilt maakt men een risico analyse.
    Uit deze analyse volgt de veiligheidscategorie 1 t/m 4 (volgens EN 954-1). Hieronder staat een schema waarmee u kunt bepalen in welke veiligheidscategorie uw machine valt.

    Risico = kans x effect  


  • S1: lichte verwonding
    S2: zware verwonding

    F1: kort verblijf in gevarenzone
    F2: continu verblijf in gevarenzone

    P1: gevaar kan men elimineren
    P2: gevaar nauwelijks te elimineren

    Vanaf eind 2009 is deze norm niet meer geldig en wordt deze definitief vervangen door de NEN-EN-ISO 13849-1.
  • ‘Safety of machinery - Safety-related parts of control systems’

    De vernieuwde risicograaf

     

    Risicoparameters
    S (Servertiy) Ernst
    S1           Lichte verwonding
    S2           Zware verwonding
    F (Frequency) Frequentie
    F1           Zelden tot vaak / korte blootstelling
    F2           Veelvuldig tot continu / lange blootstelling
    P (Possibility) Mogelijk optreden
    P1           Afwendingsmogelijkheid
    P2           Geen afwending mogelijk

     

    Keywords
    1              Startpunt voor evaluatie van de bijdrage die          veiligheidsfuncties leveren aan risicoreductie
    L              Lage bijdrage aan risicoreductie
    H             Hoge bijdrage aan risicoreductie
    PLr          (Gevraagd) prestatieniveau

     

     

    Keywords
    1              Startpunt voor evaluatie van de bijdrage die veiligheidsfuncties leveren aan risicoreductie
    L              Lage bijdrage aan risicoreductie
    H             Hoge bijdrage aan risicoreductie
    PLr          (Gevraagd) prestatieniveau


    Risicoparameters
    S (Servertiy) Ernst
    S1           Lichte verwonding
    S2           Zware verwonding
    F (Frequency) Frequentie
    F1           Zelden tot vaak / korte blootstelling
    F2           Veelvuldig tot continu / lange blootstelling
    P (Possibility) Mogelijk optreden
    P1           Afwendingsmogelijkheid
    P2           Geen afwending mogelijk
     

    Stappenplan
    Het onderstaande stappenplan omvat, weliswaar beknopt, het gehele proces om te onderzoeken of uw installatie aan de norm voldoet.

    Bij de vormgeving van veiligheidsgerelateerde onderdelen van besturingen is het volgende stappenplan, door machinebouwer/fabrikant, toe te passen:

    1. Het definiëren van de eisen aan de veiligheidsfuncties
    2. Het bepalen van het vereiste prestatieniveau (Performance Level PLr)
    3. Vormgeving en technische realisatie van veiligheidsfuncties
    4. Het vaststellen van het Performance Level (testen na productie)
    5. Verificatie
    6. Validering

    1. De eerste stap bevat het vaststellen van de vereiste eigenschappen per veiligheidsfunctie. Bijvoorbeeld: een beweegbare afscherming in een productiefaciliteit wordt volgens de EN953 specifieke eisen vastgesteld. Deze eisen vormen de vertrekbasis voor het bepalen van de eigenschappen van de veiligheidsfunctie.

    2. In stap twee bepaalt u op basis van een risico-inschatting met behulp van de risicograaf een gewenst prestatieniveau. Hoe hoger de risico’s ingeschat wordt, des te strenger zal men moeten zijn op vlak van het prestatieniveau van het veiligheidscircuit. Er zullen dan dus hogere eisen gesteld moeten worden aan het besturingssysteem.
    Zoals uit de risicograaf is af te leiden is bij een prestatieniveau “a” de bijdrage van de besturingsfunctie aan de risicoreductie laag, bij een prestatieniveau “e” is deze hoog. 

    3. In deze derde stap wordt een manier gekozen voor de uitvoering van het veiligheidssysteem. Dit in het verlengde van de onder stap 1 bepaalde veiligheidsfunctie. Een bepaald type veiligheidsschakelaar, vorm van bekabeling en relais wordt gekozen.

    4. Nadat in stap 2 het vereiste prestatieniveau in kaart is gebracht en de veiligheidsfunctie voor uw toepassing is ontwikkeld, dient onderzocht te worden of het vereiste prestatieniveau ook daadwerkelijk behaalt gaat worden.
    Het prestatieniveau wordt door middel van volgende parameters berekend:

    • Categorie B,1,2,3,4 (structurele eisen)
    • Gemiddelde tijd tot een gevaarlijke uitval (MTTFd – Mean Time To Dangerous Failure)
    • Diagnosedekkingsgraad  (DC – Diagnostic Coverage)
    • Storingen met een gemeenschappelijke oorzaak (CCF – Common Cause Failures)

    5. Verificatie
    In deze stap wordt nagegaan of het bereikte prestatieniveau overeenkomt met het vereiste prestatieniveau. Het bereikte prestatieniveau (PL) moet gelijk of beter zijn dan het vereiste prestatieniveau (PLr). Zo ja, betekent dit groen licht voor de uitgewerkte veiligheidsfunctie. Zo nee, moet de veiligheidsfunctie opnieuw vormgegeven worden.

    6. Validering
    Naast kwalitatieve eisen aan veiligheidssystemen is het ook belangrijk systematische fouten te vermijden. De functionele veiligheid is immers afhankelijk van het correct functioneren van de software. De ISO 13849-1 norm geeft een beknopte aanzet voor het valideren van softwarefuncties. Er wordt onderscheid gemaakt tussen diverse programmeertalen met een volledig of beperkt opdrachtvolume.

     

  • Afhankelijk van de veiligheidscategorie (het risico) kan men diverse gradaties (categorieën) noodstoppen plaatsen. Stelregel is dat elke machine voorzien moet zijn van een noodstop teneinde een mogelijk gevaar af te wenden.  Hoe de noodstop ingebouwd is in de machine en hoe uitgebreid deze maatregel moet zijn is afhankelijk van het risico.

    Noodstop
    categorie

    Omschrijving

    0

    niet bestuurde stop, voeding wordt onmiddellijk onderbroken

    1

    bestuurde stop, voeding pas onderbroken als machine stil staat

    2

    bestuurde stop, voeding blijft aanwezig, ook na het stoppen van de machine